Dynamic Assessment (DA) is een vorm van formatieve evaluatie waarbij de docent de leerling mag helpen tijdens de afname van de toets. DA is een uitstekend middel om vaardigheden al tijdens de toetsing vast te stellen en verder te ontwikkelen. In deze ToetsSpecial gaan we eerst in op achtergrond, doel, kenmerken en voor- en nadelen van DA. Daarnaast bespreken we een recente toepassing van DA voor het toetsen en onderwijzen van zelfregulerende vaardigheden van leerlingen in het speciaal onderwijs (Kuhlemeier & Chermin, 2016; Kuhlemeier, Lansink & Mattijsen, in voorbereiding). 

Achtergrond
Veel scholen zijn op zoek naar nieuwe vormen van evalueren die leerlingen zelfstandiger maken en meer verantwoordelijk voor hun eigen leerproces. De gangbare toetsen zijn daarvoor niet erg bruikbaar. Ze brengen in kaart wat leerlingen al beheersen en waar nog extra instructie en oefening nodig zijn. De uitslag zegt echter weinig over de oorzaken van leerproblemen en hoe deze verholpen kunnen worden. Omdat de leerling de toets geheel zelfstandig maakt, geeft de toets geen informatie over het leerpotentieel. Dat wil zeggen: het niveau dat de leerling met hulp van een volwassene zou kunnen bereiken (de zone van naaste ontwikkeling). In een dynamic assessment (DA) staat de toetsing geheel in dienst van het leren. Het belangrijkste verschil met ‘gewone’ toetsing is dat de docent de leerling mag helpen als deze tijdens de uitvoering van een uitdagende taak tegen problemen aanloopt. Tijdens de afname zoekt de docent – via observatie en persoonlijke leergesprekjes met de leerling – naar oorzaken van problemen die het leren belemmeren. De hulp kan velerlei vormen aannemen, zoals het geven van hints, het aanreiken van oplossingsstrategieën of het aanbieden van transfertaken. De persoonlijke interactie met de leerling levert waardevolle informatie over wat er nodig is om het leren te verbeteren. Het grote voordeel van DA is dat het procesgerichte informatie oplevert die direct gerelateerd is aan het voorafgaande onderwijs, via directe communicatie tussen docent en leerling tot stand is gekomen en daardoor onmiddellijk bruikbaar is ter verbetering van het leerproces. Tot slot kan de docent het leerpotentieel vaststellen, dit wil zeggen a) het niveau dat de leerling met hulp van een volwassene zou kunnen bereiken en b) de aard en omvang van de instructie en begeleiding die nodig is om dat niveau te bereiken.

Doelgroep
Deze ToetsSpecial is gericht op docenten in het speciaal onderwijs, maar is ook informatief voor andere docenten die voor hun leerlingen het onderste uit de kan willen halen.

Auteur
Hans Kuhlemeier (Cito)

Reageren
Reacties, tips en vragen op het gebied van DA zijn van harte welkom. U kunt hiervoor contact opnemen met de redactie van ToetsWijzer.



Over de ToetsSpecialsIn de ToetsSpecials gaan deskundigen op het gebied van toetsing, evaluatie en examinering dieper in op een specifiek onderwerp. De praktische en informatieve bijdragen kunt u als onderwijsprofessional direct toepassen in uw dagelijkse onderwijspraktijk. Voor de meeste artikelen geldt, dat ze speciaal voor ToetsWijzer zijn geschreven.